Hoeveel klontjes suiker drinkt jouw kind?

De schappen staan er vol mee in de supermarkt, pakjes drinken. Ideaal om aan je kind mee te geven naar school. Je denkt een gezonde keuze te maken en kiest een pakje fruit drinkyoghurt. Dan heeft je kind gelijk wat extra calcium binnen en het is een fruitsmaak. Ben je eigenlijk wel echt gezond bezig met een pakje fruit tienuurtjedrinkyoghurt? Foodwatch heeft 196 pakjes drinken onderzocht en komt tot een schokkende conclusie: in pakjes drinken zit ontzettend veel suiker.

Yoghurtdrink staat met stip bovenaan de lijst met pakjes drinken met veel suiker. Zo zit er in een pakje AH yoghurtdrink aardbei van 200ml 6.5 klontjes suiker. Maar het gaat verder dan alleen yoghurtdrink, denk je met een gezond merk als Zonnatura goed te zitten, valt dat vies tegen met 5.7 klontjes suiker in hun speciale sap voor kinderen, Sappa! Kids rode vruchten & groenten.

Zijn er dan nog pakjes drinken te vinden waar geen suiker in zit? Het antwoord is dat het er maar bar weinig zijn. Van de 196 onderzochte pakjes drinken zijn er maar vijf pakjes die minder dan één klontje suiker bevatten. Waarbij je dan nog moet opletten of ze dan wel zoetstoffen bevatten.

Eigenlijk is er maar één conclusie te trekken uit het onderzoek, geef je kind water mee naar school. Steeds meer scholen gaan al over op het beleid dat kinderen op school alleen water mogen drinken. Zo wennen kinderen niet aan een zoete smaak waar ze aan verslaafd kunnen worden en krijgen ze niet al die klontjes suiker binnen.tienuurtje2Gelukkig zijn er hele leuke waterflessen te koop. Zo hoeft water helemaal niet saai te zijn. Bij Bulbby kan je een gepersonaliseerde bidon kopen voor €12,95. Bij Perry Sport kan je kiezen uit talloze bidons van de bekende sportmerken. Wil je een fles en beker in één? Kies dan voor een Dopper drinkfles. De dop van de fles is gelijk als beker te gebruiken. Er zijn verschillende kleuren om uit te kiezen. Een Dopper fles is onder andere bij Gezinnig te koop voor €12,50.

Ouders herkennen obesitas kind meestal niet

weegschaal_505x339Ouders van kinderen met obesitas hebben meestal niet in de gaten dat hun kind veel te zwaar is. Dat blijkt uit een onderzoek van London School of Hygiene & Tropical Medicine and UCL Institute of Child Health.

De onderzoekers lieten de ouders van 2976 kinderen die meedoen aan het National Child Measurement Programme (NCMP) vragenlijsten invullen. Ze vroegen of zij dachten dat hun kind obees was, overgewicht had, een gezond gewicht had of te licht was. In het kader van het NCMP werd bovendien de lengte en het gewicht van de kinderen gemeten.

Slechts vier ouders omschreven hun kind als veel te zwaar, terwijl volgens de richtlijnen van de Britse overheid 369 kinderen veel te zwaar waren. 31 procent van de ouders onderschatte in welke categorie hun kind viel (obesitas, overgewicht, gezond gewicht of ondergewicht).
Geen verandering

“Als ouders het gewicht van hun kind niet goed kunnen classificeren, willen ze misschien ook geen veranderingen in de omgeving van hun kind doorvoeren die kunnen helpen om op een gezond gewicht te blijven. Of ze zijn niet gemotiveerd om dat te doen”, zegt Sanjay Kinra, een van de auteurs.

De resultaten van het onderzoek verschenen in het British Journal of General Practice.

Bron: Gezondheidsnet

Probleemgedrag peuters vaker bij genetische variant

Kinderen die genetisch gevoeliger zijn voor stress en een moeder hebben met angstige en depressieve klachten tijdens de zwangerschap, hebben duidelijk meer kans op gedragsproblemen in de peutertijd. Dit blijkt uit onderzoek van Erasmus MC, waarop arts-onderzoeker Fleur Velders op woensdag 31 oktober promoveert.
probleemgedrag, stress, angst
Ruim een derde van de Nederlanders is drager van een genetische variant die de gevoeligheid voor het stresshormoon cortisol beïnvloedt. Kinderen die deze genetische variant van één of van beide ouders erven, reageren vaker op omgevingsfactoren zoals stress.
Heeft een zwangere vrouw veel stress, dan kan het stressmechanisme van de foetus te gevoelig worden afgesteld. Het kind kan op de peuterleeftijd eerder last krijgen van gedragsproblemen waaronder angst en agressief gedrag.

Genetische verklaring
“Dat psychische klachten tijdens de zwangerschap de kans groter maakt dat kinderen gedragsproblemen krijgen was al bekend, maar niet elk kind krijgt deze problemen”, zegt Fleur Velders.
“Uit mijn onderzoek blijkt nu dat hier een genetische verklaring voor is. Kinderen met de genetische variant van beide ouders en een moeder met angstige en depressieve klachten tijdens de zwangerschap hebben duidelijk meer kans op gedragsproblemen in de peutertijd.”

​Onderzoek
Velders bekeek de psychologische klachten van 1727 zwangere vrouwen en onderzocht welke rol genen hebben op het gedrag van de peuters in combinatie met de klachten van hun moeder.
“Het gaat om moeders die algemene angstige en depressieve klachten hadden, geen psychiatrische diagnose of klachten die direct verband houden met hun zwangerschap. Zij voelen zich onder andere hopeloos over de toekomst, hebben minderwaardigheidsgevoelens of zijn zomaar plotseling bang. Al tijdens de zwangerschap vindt er een samenspel plaats tussen deze klachten van de moeder en genen van het kind. Dit geeft beter inzicht in het ontstaan van gedragsproblemen bij kinderen”.

Bron: Gezondheidsnet

Toename kinkhoest

Op dit moment is er een toename in het aantal gemelde patiënten met kinkhoest in Nederland. De meeste meldingen betreffen kinderen in de leeftijd vanaf 8 jaar en volwassenen.

Ook onder baby’s (jonger dan een half jaar) is een toename te zien. Het aantal baby’s met kinkhoest is in de eerste helft van dit jaar verdubbeld, van 210 naar 430. Twee zuigelingen zijn aan de ziekte overleden, meldt Roel Coutinho, directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM. Ieder jaar overlijden een of twee baby’s in Nederland aan de ziekte. Het RIVM adviseert daarom om baby’s op tijd te vaccineren tegen kinkhoest.

kinkhoest

Kinkhoest wordt veroorzaakt door de bacterie Bordetella pertussis. Besmetting vindt plaats van mens op mens door hoesten en niezen.

De incubatietijd is 7 tot 10 dagen, soms langer. Kinkhoest is erg besmettelijk, vooral in de eerste periode als de hoestbuien nog niet zijn begonnen. Hoestende patiënten zijn nog 3 tot 4 weken nadat het hoesten is begonnen besmettelijk. Binnen een gezin is de kans dat iemand met kinkhoest de andere (niet-gevaccineerde) gezinsleden besmet 90%.

Bron: http://www.rivm.nl/Bibliotheek/Algemeen_Actueel/Nieuwsberichten/2012/Toename_aantal_besmettingen_kinkhoest:169578